Gisteren spraken we in de commissie over de toekomst van Scheveningen. Als geboren en getogen Scheveninger vind ik dat we niet lang genoeg met elkaar kunnen spreken over dit onderwerp.
Voor ons lag het het document ‘De visie Scheveningen Badplaats 2040’ en wat mij betreft was het een startsein om een stip op de horizon te zetten. Om met elkaar een bredere visie te maken voor hoe wij willen dat Scheveningen de toekomst in gaat. Niet alleen over Scheveningen als badplaats, want het is zo veel meer dan dat.
Als ik door mijn oogharen naar het Scheveningen van de toekomst kijk dan zie ik vooral een dorp dat vanuit zijn historie zijn eigen toekomst maakt. De VVD wil dat we juist daar de nadruk opleggen en vanuit die gedachte de toekomst tegemoet treden.
Bewoners versus economie
Voor de VVD staat de komende jaren één ding voorop: de bewoners. Vanzelfsprekend is de economie belangrijk: een hoop monden worden gevoed door toerisme. Echter, we hebben de afgelopen jaren wel eens uit het oog verloren dat Scheveningers het goed zat zijn dat hun dorp alleen maar wordt gezien als economische kracht, terwijl al die mensen gewoon fijn willen wonen. Omdat hun families er al generaties wonen. We willen de bewoners nu eens voorop zetten.
We moeten onszelf dan ook de vraag stellen: Wanneer is het genoeg met de groei van toerisme op Scheveningen. Zijn we niet al de grens van aantallen bezoekers gepasseerd?
Hoogwaardig bezoek
Daarnaast moeten we kijken naar wat voor toerisme we in de toekomst willen zien in Scheveningen. Hoe gezellig en leuk het ook is om dagjesmensen en strandbezoekers te verwelkomen in ons mooie dorp, soms worden de aantallen het dorp gewoon net te veel. Daarom is het tijd om ons meer te focussen op ‘hoogwaardig toerisme’. Dan bedoel ik natuurlijk niet dat strandbezoekers en dagjesmensen minderwaardig zijn. Het gaat erom hoe lang toeristen blijven en wat ze doen. Ik zou graag meer toeristen willen die hun geld besteden in de horeca, die langer blijven en die een vakantie aan Scheveningen aanvullen met winkelen in de Haagse binnenstad. Kwaliteit bóven kwantiteit. Die ‘kwaliteitstoerist’ komt echter niet zomaar. We moeten dan ook serieus nadenken hoe we die groep kunnen aantrekken en actie ondernemen.
Bereikbaarheid
Een van de hoofdknelpunten is de bereikbaarheid van onze kust. Laat ik positief beginnen: het college wil meer en sneller OV naar zee. Dat klinkt natuurlijk erg goed. Alleen ik mis dan wel een grotere visie. Als ik naar de toekomst van het OV naar Scheveningen kijk, zie ik vooral OV dat ondergronds plaatsheeft, want het ruimtegebruik bovengronds wordt steeds minder goed te managen. Hoe geweldig zou het bijvoorbeeld zijn als we in plaats van trams en bussen metro’s naar het strand hebben? Een aan de kant van de haven, en een aan de kant van het Kurhaus. Je bent in mum van tijd van het Centraal Station bij het Kurhaus, of van Holland Spoor bij de haven. Dat kost natuurlijk wel geld. Maar we, zo hebben we gezien bij de Rotterdamse baan, kunnen het voor elkaar krijgen. Er is vooral politieke moed en doorzettingsvermogen voor nodig.
Drukke zomer
Meer focus op hoogwaardig toerisme en een betere OV-verbinding zorgt voor minder overlast en een leefbaarder dorp. De zomer staat weer voor de deur, zónder coronamaatregelen. Het wordt weer ‘ouderwets druk’ en naar ik gehoord en gelezen heb nóg drukker dan normaal. Ik ben bang dat we het niet droog houden deze zomer, omdat we vaak nét te laat ingrijpen. We hebben gelukkig met Actieplan Scheveningen de grip op overlast weer meer terug kunnen krijgen, maar er is meer nodig dan alleen harde acties en handhaving. Daarom pleit ik voor een bredere visie op de toekomst van Scheveningen. Op die manier blijft Scheveningen een fijn dorp voor de Scheveningers en een prachtige badplaats voor Den Haag en de rest van Nederland.