Haagse VVD in het nieuws: ‘Interview met wethouder Kavita Parbhudayal’

Woensdag 16 juni – Bewonersorganisatiekrant Havenkwartier

We hebben een hartelijke opening. De wethouder wil graag weten hoe vaak het wijkblad uitkomt, en hoe we het inrichten. En haar woordvoerder, die ook nabij is, stelt voor om een extra leuke foto van de wethouder te sturen. ‘Want de officiële gemeentefoto’s die er zijn van de wethouder vinden we eigenlijk een beetje saaie en formele foto’s.’ We zijn benieuwd wat we toegezonden krijgen.

In een van de interviews die met de wethouder werd afgenomen in de aanloop naar haar wethouderschap vertelde zij dat het leven zelfstandig is in te richten. We zijn nieuwsgierig naar hoe ze dat bedoelt, en het gaat eerst over haar portefeuille.

Eigen keuzes, en verantwoordelijkheid

‘Mijn portefeuille gaat over mensen, jongeren, ouderen… Mensen dus, die in mijn levensvisie zelf verantwoordelijk zijn voor hoe ze hun leven inrichten, waar ze leven, wonen en waar ze naar toe willen. Alleen als zij dat echt niet kunnen, helpen wij hen uiteraard: met directe hulp, of door te faciliteren dat zij uiteindelijk weer op eigen benen kunnen staan, zoals in de jeugdzorg’.

De wethouder is voor het behoud van zelfstandigheid, zo lang mogelijk. Met bijvoorbeeld hulp van zorginnovatie is veel mogelijk. ‘Als stadsbestuur zien wij enorme kansen; niet alleen in de technologische vernieuwing zelf, maar ook in de grote veranderkracht die ondernemers, investeerders en het onderwijs met zich meebrengen. Door die werelden te koppelen aan die van het sociale domein verwachten we zorg en ondersteuning slimmer te kunnen organiseren en mensen te helpen langer en aangenamer zelfstandig te blijven. Met ons actieprogramma Zorg en Innovatie richten wij ons onder meer op technologie voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag, van jong tot oud. Technologie is daarbij geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit van leven te verbeteren’.

En ze vertelt, ‘de gezondheidsverschillen zijn groot in Den Haag en we kijken in de wijken, waar de gezondheidsstatus van mensen heel laag is, naar wat we daar met de huisarts en met de anderhalvelijns zorg in de wijken, en met welzijn, kunnen doen voor mensen om aan hun gezondheid te werken.’

‘Zelf heb ik tot m’n achttiende in Suriname gewoond. En toen ik hier dertig jaar geleden kwam was dat omdat ik mezelf verder kon ontwikkelen en ontplooien. En dat kun je altijd in het leven doen als je keuzes hebt, en ook gebruik maakt van die keuzes.’ En daarmee wil de wethouder niet zeggen dat je gewoon maar doet in je leven wat je wilt en kunt. ‘Maar dat je ook bewust nadenkt, wantoveral waar je gaat, daar leef je met anderen en tussen andere mensen’. Het is niet allemaal vrijheid blijheid vindt de wethouder, ‘je houdt rekening met elkaar, dat is belangrijk voor ons hier. Ook hier in een stad als Den Haag waar best veel mensen wonen nu, waar we nogal wat issues hebben….’ Het gaat er bij haar om ‘Welke keuzes blijf je maken als mens om je leven op een fijne manier in te richten…’

Blijf elkaar bellen, en vergeet je opa en oma niet!

We vragen de wethouder wat wij voor jongeren heeft kunnen doen de afgelopen (corona) anderhalf jaar, om elkaar op een constructieve manier te ontmoeten. ‘Corona heeft tot een enorme crisis geleid. In het begin was het ingewikkeld. Het begon in maart vorig jaar en alles ging op slot. De eerste twee drie maanden ging het alleen over beschermingsmiddelen, en dat was best ingewikkeld. Iedereen was thuis, scholen dicht, ontmoetingsplekken dicht, buurthuizen, clubhuizen dicht, dat was heel spannend. Ook op jongeren was de impact groot.

Thuis op elkaars lip zitten, scholen en buurthuizen dicht: het risico op sociaal isolement lag steeds op de loer. Daarom hebben we daar als stadsbestuur ook stevig op ingezet, met heel veel geld en activiteiten.

Vanuit het stadhuis is men toen óók begonnen met acties tegen eenzaamheid, ook voor jongeren. ‘We hebben toen gezegd, en wat jong volwassenen ook motiveerde, blijf elkaar bellen en vergeet je opa en oma niet. En we hebben kleine en grote vrijwilligersorganisaties, buurthuizen, welzijn, verpleegzorg, feitelijk iedereen gevraagd van doe iets met je achterban, iedereen. Vanuit Scheveningen zijn veel verzoeken gekomen voor Lief en Leedstraten. ’ Zij herinnert zich de honderdste Lief- en Leedstraat, in Scheveningen: de Dirk Hoogenraadstraat met gangmaker Gonneke. Elke Lief en Leedstraat begint bij iemand, die als gangmaker de eigen straat aanmeldt. Zie daarvoor ook Rond de Haven 2020-3 waarin het Lief en Leed initiatief van Esther rond het St. Aldegondeplein wordt omschreven. Den Haag telt er inmiddels ruim 200. Lief en Leedstraten zijn mede door corona heel erg populair geworden.

‘Er was de grote ‘opa en oma belactie’, en samen met professionals en met de mensen van de jeugdteams hebben we een website opgericht voor gezinnen. Want wat doe je als je beperkt bent. De kinderen zijn thuis; de scholen zijn dicht. Wat kun je allemaal doen, met wie kun je bellen en praten enzovoort. Dat was in het begin, waar we mee zijn begonnen, zodat ouders toch zoveel mogelijk raad wisten met de situatie waarin men beland was.’

We brengen in dat ouderen onder ons op Scheveningen zijn opgegroeid met voorzieningen voor jongeren zoals jeugdhonken, en voetbalkooien die weer worden gesloten of worden weggehaald. En we stellen dat je kan zeggen dat vanuit corona veel niet mogelijk is, maar ondertussen zijn dit soort voorzieningen nog niet weer tot stand gekomen. Dit soort hele specifieke activiteiten om met jongeren aan de gang te gaan, dat wordt node gemist op Scheveningen.

In relatie tot bijvoorbeeld de voetbalkooi op de Houtrustweg heeft de gemeente onvoldoende aan projectontwikkelaars, makelaars en nieuwe bewoners aangegeven, dat de bestaande voetbalkooi om bouwtechnische redenen even weggehaald werd, maar gewoon – zelfs in verbeterde vorm – weer terug zou komen. En nu zitten we, terwijl de procedures gaande zijn, in een bureaucratisch verhaal, terwijl jongeren al in een eeuwigheid geen middelen en mogelijkheid hebben.

Terwijl er volgens de wethouder best veel speelplekken in de stad zijn, ‘593! Dat vind ik veel!’, en ook steeds meer voetbalkooien, weet ze dat haar collega, stadsdeelwethouder voor Scheveningen Anne Mulder bezig is om een goede plek te maken voor jongeren om elkaar te ontmoeten.’ En ze erkent hoe moeilijk het is om uit te breiden in de dichtbebouwde wijken, ‘waar speelplekken komen kunnen minder makkelijk ook bankjes voor ouderen staan. Wonen, voorzieningen, infrastructuur: in een grote stad als Den Haag is het passen en meten als het om de ruimte gaat.’ Maar ze weet dat het op Scheveningen speelt en dat, naast YMCA, een extra plek voor jongeren ontbreekt. Hoewel ze ook weet dat, in coronatijd via ‘Den Haag Inside Out’ veel activiteiten georganiseerd werden, en dat Scheveningse jongeren daaraan deelnamen.

De wethouder vindt het belangrijk dat jongeren in achterstand met school of stageplek inzien, dat veel inspanningen zijn gedaan die het welzijn van jongeren betreft. Er is extra geld voor huiswerkbegeleiding, en er zijn afspraken gemaakte met allerlei organisaties en bedrijven om meer stageplekken mogelijk te maken. Zo kunnen onderwijsdoelen toch worden gerealiseerd en verloren tijd worden ingehaald.

Iedereen kan wat!
De wethouder is ook vrijwilliger. Nog het afgelopen NL Doet weekend hielp ze mee een tuinhek timmeren. Wekelijks begeleidt zij in het Vadercentrum in Laak een jonge leerling met de Engelse taal. Zij is daar een van de vrijwilligers in de huiswerkbegeleiding. En hoewel ze eerder vrijwilligerswerk deed, begon ze het in haar huidige functie van bijles geven bewust en geïnspireerd door een van haar collega’s. ‘Het is heel grappig, toen men mij vroeg: wethouder komt u ook af en toe mee fietsen, want dat trekt dan weer veel mensen aan; dus we gingen fietsen. Daar kwam ik wethouder Van Alphen tegen die vroeg wat ga je doen op je fiets; en ik zei fietsen met mensen.

En hij was met zijn tasje onderweg naar een student, voor huiswerkbegeleiding. En zo was ik die middag terug en dacht ik: dat moet ik ook doen, huiswerkbegeleiding. Daarom heb ik mij aangemeld als vrijwilliger in het Vadercentrum’.

Zulke activiteiten, als vrijwilliger midden in de samenleving, inspireren haar in haar werk. ‘Ik ben ook wethouder van het vrijwilligersbeleid’, vertelt zij. Ze legt uit dat een mens van álles in zich heeft, dat hij/zij kan inzetten om vrijwilligerswerk te doen. ‘De een maakt van zijn hobby vrijwilligerswerk, de ander vanuit diens studie of iets anders waar hij/zij goed in is.’ En ze vertelt dat ze vroeger goed was in wiskunde en dat toen ze belden, ‘wethouder kunt u ook wiskundeles geven’, eerst dacht, kan ik dat nog wel!? En antwoordde met een ‘ja’, want íedereen kan wat!’ En dat is een verhaal wat ik hou bij de campagne voor meer vrijwilligers; dat maakt dat ik mijn ervaring goed in kan zetten.’

Corona als contrastvloeistof
Dan gaat het over Bronovo. Wij vanuit het Havenkwartier zijn betrokken in acties om Bronovo open te houden. Terwijl we weten dat huisartsen onderweg zijn om specialistische zorg in de praktijk te brengen, hebben wij recent in ons gesprek met wethouder Mulder toch weer de vraag moeten stellen namens onze bewoners waarom wordt het Bronovo gesloten. Wij vinden: Bronovo moet open blijven, want als wij onze buurman naar het ziekenhuis Westeinde moeten brengen, dan komen we met het OV niet makkelijk terug, terwijl vanuit Bronovo buslijnen 22 en 23 ons direct thuisbrengen. Met Bronovo voelt men verbintenis en met de rest van de ziekenhuizen minder. Dus er is nog steeds een oproep vanuit Scheveningen om Bronovo open te houden. We kennen het standpunt van de wethouder en het college. Als samenleving merken wij de behoefte op om het ziekenhuis open te houden. Juist met corona, nu wij vernemen hoe moeilijk het is om capaciteit te vinden. Wat doen we als samenleving om toch duidelijker die zorgcapaciteit op peil te hebben.

De wethouder vindt de opmerking heel goed. Zij heeft vorige week lang gepraat met wijkvereniging Benoordenhout over dit onderwerp. Ze snapt dat deze vragen leven. ‘Maar het ziekenhuis heeft ook een koers, en in de Tweede Kamer heeft de minister uitgelegd dat hij hun koers heeft goedgekeurd.’ En zij weegt het verhaal van de wijk, die aandacht vraagt voor de zorg voor de mensen. En ja, corona werkte ‘bijna als contrastvloeistof in de beschikbaarheid van capaciteit, van plekken en noodplekken’, dus ja al die discussies vinden plaats. Het is haar overtuiging, dat je als samenleving het goede gesprek moet hebben. ‘Anders krijgt alles een eigen leven: dan denken mensen: de wethouder doet niets, of hoe zit dat.’ Maar in het gesprek tussen ziekenhuis en zorgverzekeraars, die de ziekenhuiszorg leveren en financieren, is de gemeente geen partij. ‘De zorgverzekeraars volgen het beleid van VWS, dat vastligt in het hoofdlijnenakkoord, en dat wordt zo meteen, met de kabinetsonderhandelingen, weer hernomen; dan mét de vragen, die corona met zich mee heeft gebracht.

Als het HMC zegt: we doen nu ziekenhuiszorg over drie locaties en we gaan naar twee, en we geven nog steeds dezelfde goede zorg, dan is er ook een verhaal wat gebaseerd is op hun analyses, en ik ga daar als wethouder niet van zeggen of dat wel of niet klopt. Die taak ligt bij de minister.’

De wethouder vertelt dat intussen in huisartsenpraktijken, bijvoorbeeld in de Rivierenbuurt, de zgn. anderhalvelijnszorg wordt opgezet. ‘De tweede plek in Den Haag is dit, waar eerste en tweedelijnszorg bij elkaar komen’ vertelt zij, ‘de huisartsen zeggen “dit is de toekomst; wij huisartsen slaan handen ineen; wij hebben een locatie, en de specialismen waar veel mensen met zorgvragen voor komen, en waar mensen nu nog voor naar het ziekenhuis gaan, brengen we in de huisartsenpraktijk”. De specialisten komen naar de praktijk.’ De huisartsen in Nederland zien 98% van de bevolking en die verwijzen ze door; ‘hoe mooi is het dat zoiets een deur verder van de huisarts kan, waar je echo wordt gemaakt, en je foto bestudeerd wordt, de KNO-specialist zit ….’ Scheveningen is de tweede plek in Den Haag, waar dit straks tot stand komt. En mijn wens is het, dat dit in alle acht stadsdelen komt.’

De wethouder legt uit, dat dit landelijk de in gang gezette lijn is. ‘Dit komt vanuit de zorgverzekeraars; die hebben het hierover sinds 2017 met de eerste en tweedelijnszorg. Zij zijn landelijk bezig. Nu zie je in heel veel steden, dat die gezamenlijke eerste en tweedelijns zorg vanuit de huisartsenpraktijk tot stand komt. Dat komt omdat heel veel ziekenhuizen zeggen, we moeten niet in die grote panden zitten waar mensen naar toe moeten; we moeten de wijken in, in de haarvaten. Ik moet niet overdrijven want we kunnen niet in alle 46 wijken van Den Haag straks anderhalvelijnszorg hebben, maar dit is wel de toekomst: anderhalvelijnszorg’.

Wij zeggen dat de coronapandemie een voorbeeld is van hoe iedereen op z’n gezicht gegaan is. En de wethouder erkent dat de pandemie het vraagstuk van de noodhospitalen raakt maar, vindt zij ‘we moeten ook niet vergeten hoe nu aangekeken wordt tegen de nieuwe verdeling en spreiding van de ziekenhuiszorg, en de anderhalvelijnszorg, die voor veel mensen aantrekkelijk is. De mensen willen juist geen verwijzing krijgen van de huisarts naar verder af gelegen artsen en vinden de uitgebreidere voorziening bij de huisarts juist fijn. Dat gaat maken, dat we nog minder naar een groter ziekenhuis hoeven.’

Geen enkele wethouder gaat over ziekenhuizen
Op Scheveningen herinneren we ons precies dit soort voorzieningen die hier vroeger ook al waren. KNO zorg bij de Ziekenverpleging in de Duinstraat; daar kon je ook voor je oogmeting terecht. Dat is in ons recente verleden allemaal weggehaald. Voor ons is de vraag, moeten wij nu bij de wethouder terecht voor ziekenhuiszorg nabij, of bij de minister (Hugo de Jonge). En juist deze vraag krijgt de wethouder veel zegt zei, ‘we hebben er als gemeente een rol in, dat we bewoners op een goede manier duidelijke informatie verstrekken. Maar ik ga niet over de wet op de ziekenhuizen; niet over die uaitvoering; niet over de inkoop van het ziekenhuis of welk deel van die tweede lijn dan ook. Geen enkele wethouder in Nederland gaat over ziekenhuizenzorg; dus ja, ik blijf in gesprek maar daar moeten we het mee doen.’

Wij vanuit de BOH, en in samenspraak met de Gemeenschappelijk Bewonersorganisaties op Scheveningen (GSBO), willen duidelijkheid in wat nu voorgesteld wordt vanuit het zorg gerelateerd financieel perspectief. Want, zeggen wij, als samenleving moeten we misschien zeggen: er moet misschien meer geld vanuit de gemeente worden bijgelegd. De zorg vanuit de uitgebreide huisartsenpraktijk in het Statenkwartier (zie ook Rond de Haven 2019-4), daar zijn we positief over; maar toch zijn mensen niet blij als ze naar het Westeinde moeten.

Voor de wethouder geldt, ‘dat iedereen de goede zorg moet blijven krijgen. Alle mensen die een indicatie hebben krijgen hun zorg, of het nu een rolstoel is of dagbesteding, of huishoudelijke hulp; daar ben ik voor verantwoordelijk. En als mensen zeggen: ik wacht al 8 weken op m’n rolstoel, dan ga ik daar kijken wat is er aan de hand; dat is onafgebroken mijn aandacht en energie.’

‘Toon lef en neem risico’s’ is haar motto. ‘Ik werkte hiervoor in de financiële sector van de gemeente Den Haag, en dan werk je wel veel met politici maar je staat niet in het oog van de orkaan. Nu wel. Het is soms best lastig, de stad staat voor grote opgaven en de belangen lopen altijd uiteen. Kijk alleen maar naar het vraagstuk van leefbaarheid op Scheveningen, waar belangen van bewoners, ondernemers en toeristen niet altijd samengaan. Uiteindelijk gaat het om het dienen van de stad, van de mensen in de stad. Ik vind het geweldig om daar elke dag aan bij te dragen’.

We danken de wethouder voor het gesprek