Reactie Haagse VVD op de programmarekening 2020: En nu snel vooruit kijken!

2020 was een zwaar jaar. Vrienden en familie die we niet konden zien, bedrijven die maandenlang hun deuren moesten sluiten: iedere Hagenaar werd, op welke manier dan ook, geraakt door Corona. En in de programmarekening die vandaag verschenen is, kunnen we zien dat ook de financiën van de gemeente geraakt zijn door de Coronacrisis. We zullen als gemeente de komende jaren op de kleintjes moeten blijven letten en de structurele trend is zorgelijk. Als je de programmarekening bekijkt, dan lijkt het er in eerste instantie goed uit te zien. Er blijft namelijk flink wat geld over en dit lijkt goed nieuws, maar dat is het eigenlijk niet. Het gaat hier namelijk om geld dat gereserveerd was voor projecten in 2020 en die doorgeschoven zijn naar 2021. Fractievoorzitter Frans de Graaf: ‘Juist dat laatste is wat de Haagse VVD betreft extra kwalijk, omdat het juist nu zo belangrijk is om als overheid te blijven investeren en zo de werkgelegenheid op pijl te houden. Met de gehele coalitie is er daarom vorig jaar een motie ingediend om investeringen zoveel mogelijk naar voren te halen. Jammer dat veel projecten nu juist vertraagd zijn. Als Haagse VVD zullen we dit het komende jaar scherp in de gaten gaan houden.’ 

Toch ziet De Graaf ook positieve punten als hij terugkijkt op 2020: ‘Het was niet altijd even leuk, maar we hebben ook mooie dingen gezien: iedereen die net even wat meer omkeek naar z’n medemens, of de creatieve ideeën van onze Haagse ondernemers om toch zoveel mogelijk omzet te kunnen genereren.’ Ook wijst De Graaf nog naar een paar mooie resultaten van de gemeente: de eenzaamheidsaanpak , het actieplan voor een toegankelijkere stad en de extra handhavers die Den Haag er het afgelopen jaar bij heeft gekregen. Dit laatste was ook een nadrukkelijke wens van de Haagse VVD.

De Graaf: ‘En ondanks alle tegenvallers is ook de gemeente erin geslaagd om in 2020 een verantwoordelijk financieel beleid te voeren, zoals het hoort. Complimenten hiervoor aan onze wethouder financiën, Anne Mulder.’