Reactie op “Prioriteiten politie niet scheeftrekken”

De VVD is voor stevige handhaving van wettelijke regels. Maar de liberalen willen ook een verantwoorde balans tussen aanpak van lichte overtredingen en zwaardere delicten. De VVD vraagt de (loco-)burgemeester of dit niet in het gedrang komt nu het kabinet hogere opbrengsten uit verkeersovertredingen begroot en tegelijk op de politie bezuinigt.

Persbericht


Den Haag, 28 januari 2008


VVD: “Prioriteiten politie niet scheeftrekken”


De VVD is voorstander van stevige handhaving van wettelijke regels. Maar de liberalen willen ook een verantwoorde balans  tussen de aanpak van lichte overtredingen en zwaardere delicten. De VVD vraagt de (loco-)burgemeester of dit niet in het gedrang komt nu het kabinet hogere opbrengsten uit verkeersovertredingen begroot en tegelijk op de politie bezuinigt.


De VVD vraagt dit naar aanleiding van de klacht van de politievakbond ACP in de media, dat agenten zich door oplopende prestatiedruk steeds meer genoodzaakt voelen om bekeuringen uit de delen voor (aldus de bond) “pietluttige” overtredingen. Dit, volgens de ACP, tot oplopende irritatie van burgers.


De VVD hoort die geluiden ook en wil van de (loco-)burgemeester weten of de bewering van de politiebond hout snijdt. Als Haagse agenten dit soort “scoringsdruk” ervaren, moet duidelijk worden worden dat er ruimte is om situaties zelf te beoordelen zonder dat altijd, automatisch naar het bonnenboekje gegrepen moet worden.


VVD-raadslid Thessa Oosterholt: “De laatste tijd staat er veel druk op de Haagse politie. Er zijn al minder inzetbare agenten door een fors personeelstekort. Daar bovenop komt dan nog de bezuiniging van het kabinet, plus het feit dat de rijksbegroting uitgaat van toenemende verkeersbekeuringen. De prioriteiten moeten daardoor niet gaan scheeftrekken: inzet op kleine overtredingen mag niet ten koste gaan van de opsporing van zwaardere criminaliteit.”


 


Voor nadere informatie:
Thessa Oosterholt-Eekhout (raadslid), tel. 06 – 51 01 01 61


~~~~~~~~~~


Vragen


Aan de voorzitter van de gemeenteraad


Den Haag, 25 januari 2008


Onlangs beweerde de politievakbond ACP in de media dat agenten zich door verhoogde prestatiedruk steeds meer genoodzaakt voelen om bekeuringen uit te delen voor (aldus de bond) “pietluttige” overtredingen. Ook stelde de bond dat dit burgers zo irriteert dat de relatie met de politie verslechtert.


De VVD hoort hier eveneens voorbeelden van. Zoals het (volkomen terecht) bekeuren van jongeren voor fietsen zonder licht, waarbij dan echter tevens meteen een proces-verbaal volgt, omdat zij geen identiteitsbewijs kunnen tonen. Terwijl dit laatste ook op een andere wijze – het tonen van het identiteitsbewijs op het politiebureau – kan worden afgedaan.


Het is de vraag of de kritiek van de bond ook het korps Haaglanden raakt. Dat staat al onder druk door het forse personeelstekort. Die druk wordt nog eens versterkt door het kabinet dat (landelijk) € 100 miljoen op de politie bezuinigt en hogere opbrengsten uit verkeersbekeuringen begroot. Dat zou een goede balans tussen politie-inzet op kleine overtredingen resp. zwaardere delicten kunnen verstoren. Daarom heeft de VVD-fractie onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde de volgende vragen:



  1. Is de (loco-)burgemeester bereid om bij de korpsleiding na te gaan of en in hoeverre  agenten van bovenaf, formeel of informeel, onder druk staan om kleine overtredingen altijd te bekeuren, ook als er alternatieven voorhanden zijn?
  2. Waarop berust volgens de korpsleiding de klacht van de ACP en was de korpsleiding daar al eerder mee bekend? Als die klacht binnen de Haagse politie niet leeft, hoort de VVD-fractie graag hoe de korpsleiding zich daarvan vergewist heeft. Kent het personeelsbeleid een procedure waarin individuele agenten dergelijke interne kritiek vrijelijk kwijt kunnen? Heeft de ondernemingsraad dit wel eens aangekaart?
  3. Als agenten individueel “scoringsdruk” ervaren, wil de (loco-)burgemeester er dan bij de korpsleiding op aandringen om hen duidelijk te maken dat het bij kleine overtredingen mogelijk is/blijft om discretionair gebruik te maken van alternatieve afdoeningsmiddelen?
  4. Is de (loco-)burgemeester, gezien het voorgaande, bereid om nog eens na te gaan of de inzet op minimale overtredingen niet ten koste gaat van handhaving op zwaardere overtredingen en misdrijven? En om, zo nodig, ongewenste prikkels die dit evenwicht bedreigen te neutraliseren?
  5. Ervaart het korps de financiële druk vanuit het Rijk in de praktijk als een extra complicatie in het vinden van een verantwoord evenwicht?

VVD-fractie,                                                  


Thessa Oosterholt-Eekhout


~~~~~~~~~~


Antwoorden


Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 19 februari 2008 als volgt beantwoord:


Ad 1, 2 en 3. In de afgelopen jaren zijn tussen de korpsbeheerder en de ministers van Justitie en BZK afspraken gemaakt over de door politie Haaglanden te leveren prestaties. De korpsleiding heeft daarop steeds stringent gestuurd, hetgeen heeft geresulteerd in een aanmerkelijke versterking van het presterend vermogen van het korps. De met het rijk overeengekomen prestatieafspraken zijn in Haaglanden ook vorig jaar weer op nagenoeg alle onderdelen gerealiseerd.
Een consequente doorvertaling van de prestatiesturing binnen het korps raakt vanzelfsprekend ook de prestaties van de individuele agent. Tot en met 2007 maakte het aantal staandehoudingen deel uit van deze prestatieafspraken. Politie Haaglanden heeft daarbij aan de gestelde normen voldaan. De korpsleiding heeft evenwel nimmer bepleit de staandehouding te zien als een doel op zich. Inzet is, een bekeuring uit te schrijven in situaties waarin naar het oordeel van de desbetreffende politiefunctionaris sprake is van overlast dan wel de veiligheid in het geding is. Waar mogelijk wordt daarbij een relatie gelegd met de problematiek in het desbetreffende gebied. In overleg met het Openbaar Ministerie is het aantal staandehoudingen in 2007 qua kwantitatieve doelstelling gesteld op dat van het voorgaande jaar en is ervoor gekozen dit aantal niet verder te laten groeien. Formeel noch informeel is druk uitgeoefend om kleine overtredingen altijd te bekeuren. Over deze wijze van prestatiesturing is vanuit de korpsleiding in constructieve zin ook met de Ondernemingsraad van Politie Haaglanden gesproken.
Zoals hiervoor aangegeven, kunnen ook relatief kleine overtredingen een bron van ergernis vormen voor de burger en in het verkeer leiden tot gevaarlijke situaties. Hoewel met ingang van 2008 het aantal staandehoudingen geen deel meer uit maakt van de landelijke afspraken, is in het licht van het vorenstaande op dit punt ook voor de komende jaren een doelstelling opgenomen in het door het Regionaal College vastgestelde meerjarenbeleidplan 2008-2011. Daarbij is wel het kwalitatieve element versterkt: in de normstelling geldt als uitgangspunt dat minimaal 12 % van het aantal staandehoudingen niet verkeersgerelateerd is. Staandehoudingen vormen immers een belangrijk instrument in de aanpak van overlast zoals openbare dronkenschap, wildplassen, geluidsoverlast e.d.


4. Wij zijn van mening dat in het meerjarenbeleidplan 2008-2011 sprake is van evenwicht tussen de aanpak van overtredingen (staandehoudingen) en andere vormen van criminaliteit en onveiligheid. Voor de gemeente Den Haag heeft het meerjarenbeleidplan voor 2008 zijn neerslag gekregen in de planningsrapportage 2008 van Politie Haaglanden, waarvan de Commissie VBF in zijn vergadering van 5 december 2007 met instemming heeft kennis genomen.


5. Neen.


 


Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,                                                 de loco-burgemeester,


mw. A.W.H. Bertram                                        mw. J. Klijnsma

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *