Inbreng VVD tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen

Als je mij vorig jaar gevraagd had hoe het jaar 2020 eruit zou gaan zien, dan had ik niet kunnen voorspellen dat we nu in het Atrium onze raadsvergaderingen moesten houden, dat velen van ons thuis aan het werk zijn en dat Zoom de meest gebruikte app op mijn telefoon is. En dat allemaal door Corona. Het coronavirus dat bij veel bewoners en bij ons allen grote zorgen heeft opgeroepen.

Zorgen bij de horecaondernemer of zij hun zaak nog wel open kunnen houden, zorgen bij de medewerkster van een evenementenbureau of zij straks nog wel haar baan heeft, zorgen over onze kwetsbare ouderen in verzorgingstehuizen. Maar daarnaast maak ik mij ook zorgen over de staat van Den Haag: want de rellen rond de jaarwisseling, de rellen in de Schilderswijk, de wanordelijkheden op Scheveningen afgelopen zomer en de uit de hand gelopen demonstraties op het Malieveld (corona, boeren): dat was onacceptabel, de aanstichters van dit geweld en deze ongeregeldheden moeten wat de Haagse VVD keihard aangepakt worden. Ik betuig hier mede namens mijn fractie groot respect aan alle ordehandhavers, van politie tot boa’s die in deze moeilijke omstandigheden hun werk hebben moeten doen. Zonder hen kunnen wij niet.

En wat we nu nodig hebben is een sterk en compact stadsbestuur, dat zorgt dat Den Haag op orde is. Een bestuur dat inwoners de ruimte geeft en zelf verantwoordelijkheid laat nemen, voor hun gezin, hun werk en hun sociale- en leefomgeving. Maar ook een bestuur dat de taken die zij wél oppakt goed uitvoert: van hoge kwaliteit, zonder onnodige kosten en in een stevig tempo. En juist nu zijn die uitgangspunten extra belangrijk.

Beginnend bij de financiën: We zitten in de grootste crisis sinds de oorlog. We lezen in de krant abstracte cijfers. Maar als je je baan verliest of je zaak moet sluiten wordt het super concreet en is het keihard. De gemeente heeft er maar beperkte invloed op. Maar wat de gemeente kán doen, moet zij ook doen. Dat betekent ten eerste het eigen huishoudboekje op orde. Niemand is gebaat bij een gemeente in financiële problemen. Ten tweede: geen onnodige lastenverhogingen. Tijdens een crisis de lasten verzwaren is de crisis verdiepen. Ten derde: de ruimte geven aan ondernemers als ruggengraat van onze economie, daar begint straks het herstel.

OPENBARE ORDE
Van dit bestuur verwachten wij allereerst dat zij er alles aan doet om deze aanstichters van ongeregeldheden en geweld op te sporen en aan te pakken. Maatregelen zoals de inzet van private camerabeelden, gebiedsverboden, noodbevelen en het verhalen van eventuele schade op ouders zijn daarbij geoorloofd. De burgemeester heeft laten zien niet te schromen stevig in te grijpen. Ga zo door zou ik zeggen.

En van dit bestuur verwachten wij ook dat zij opkomt voor haar hulpverleners. Geweld tegen onze hulpverleners wordt keihard aangepakt – ook online – en daarnaast worden zij uitgerust met de middelen die nodig zijn om hun werk goed te kunnen doen, zoals een wapenstok.

Daarnaast spreekt dit bestuur zich ook duidelijk uit over onze normen en waarden én over hen die deze niet willen respecteren. Bijstandsfraude wordt stevig aangepakt, en twee mannen of twee vrouwen moeten zonder problemen hand in hand over straat kunnen. Op de boulevard kun je vrijuit genieten, maar val je vrouwen niet lastig. Staat je dat niet aan? Ga dan ergens anders gaan wonen.

ECONOMIE
Voorzitter: Ik had het zojuist al even over de zorgen die er zijn over het behoud van banen. Het gemeentebestuur kan hier zelf een bijdrage aan leveren door het versneld uitgeven van de Eneco-gelden (zoals ik voor de zomer ook al voorstelde): ga nu bijvoorbeeld eens aan de slag met de aanleg van het Telderstracé, want dat levert op de korte termijn werkgelegenheid op en draagt op de lange termijn bij aan een goed bereikbaar Den Haag.

Maar als er echt iets kan bijdragen aan het behoud van banen, dan is het wel onze economie. De plek in onze samenleving waar samenwerking, vooruitgang en innovatie leidt tot duurzame banen. En wat een mooie en positieve initiatieven hebben we gezien de afgelopen maanden. Onze Haagse ondernemers zijn niet bij de pakken neer gaan zitten, maar hebben hun creativiteit ingezet om er, ondanks alles, het beste van te maken. En wat een goed gemeentebestuur wat de Haagse VVD betreft dan moet doen, is deze ondernemers alle ruimte geven en hen faciliteren door middel van een slim en ondernemersvriendelijk beleid. Bijvoorbeeld door ook in de winter terrassen – dan natuurlijk verwarmd – ruimhartig toe te staan. En ruimte om te ondernemen betekent voor de Haagse VVD allereerst zo min mogelijk administratieve lasten en rompslomp en 1 loket waar de ondernemer terecht kan. Dat is er nu gelukkig. Laten we blijven kijken hoe dit zo goed mogelijk kan werken.

Maar ruimte om te ondernemen kent ook een fysieke component. Het bedrijventerrein is het visitekaartje van vele Haagse ondernemers. Een bedrijventerrein geeft ondernemers de kans om te groeien. Het mengen van verschillende doelen, is daarom vragen om problemen. Aanwezigheid van bewoners op een bedrijventerrein schrikt nieuwe bedrijven af. Daarmee komt leegstand op de loer, met verpaupering tot gevolg. Stop daar dus mee.

En tot slot het belang van de maakindustrie. Het college heeft hierbij twee opdrachten wat de Haagse VVD betreft: Haal deze sector naar Den Haag en creëer ruimte! En dit allemaal in het belang van de werkgelegenheid.

BOUWEN
Daarnaast zijn er ook heel veel Haagse onderwijzers, politieagenten en zorgmedewerkers in Den Haag. Velen van hen en andere hardwerkende onmisbare stadsgenoten hebben grote moeite met het vinden van een woning. Voor hen willen we bouwen, want deze stad kan niet zonder deze sterke schouders. Maar we kunnen ook niet oneindig groeien, als we onze stad leefbaar willen houden. We hebben met elkaar afgesproken dat er in een aantal gebieden van Den Haag nog veel wordt gebouwd: CID/Binckhorst en Zuid-West. Daar wordt de stad beter van die groei. Andere delen van de stad, de vooroorlogse wijken, daar blijven we van af. En na deze verdichting is de grens aan de groei in zicht. Hoe we daar mee omgaan, dat is iets waar we raadsbreed over moeten spreken, coalitie en oppositie.

LEEFBAARHEID
Want door die grens nu duidelijk met elkaar te stellen, kunnen we de stad op orde houden. Een stad met schone straten, mooie buurten en waar het prettig verblijven is. Daar horen bijplaatsingen bij afvalcontainers niet bij. Er wordt hard gewerkt om dit nu op te ruimen. We gaan zien of dit voldoende is.

De VVD durft ook te dromen over de potentie die Den Haag heeft als waterstad. Ik was wel jaloers op Utrecht de afgelopen weken. Oude grachten die worden heropend. Maar er moet blijkbaar nog een hoop water door de gracht voordat het hier zover is. Een voorbeeld is de overkluizing van het Piet Heinplein. Ja, die gaat open. Maar wat moet dat toch lang duren. En dat terwijl het ons zoveel kan bieden: allereerst natuurlijk een mooi en idyllisch plaatje. Maar ook met grachten die slim gebruikt worden om overtollig regenwater op te vangen. Een schone stad die groener en mooier wordt door nu eens echt werk te maken van het plaatsen van bomen, waardoor hittestress wordt tegengegaan. Een leefbare stad voor starters, voor jonge gezinnen, en toegankelijk voor onze ouderen. Kortom een stad waar iedereen een bijdrage wil leveren om die stad mooi te maken en te houden.

ENERGIETRANSITIE:
Dan stop ik weer even met dromen en wil ik het nog graag hebben oven van een punt van zorg: de energietransitie. We moeten niet nadat we een stip op de horizon hebben gezet afwachten en in de leunstoel rustig hopen dat die stip dichterbij komt en dat de transitie zal slagen. We moeten ook niet hopen dat bewoners uit zichzelf hun gespaarde geld inzetten voor dit doel. We moeten ook vooral niet alleen met gedachte-experimenten hier in het stadhuis navelstaren op dit thema. Want voorzitter, dat doen we al veel te veel. Het moet veel daadkrachtiger. De VVD is voor een stevige overheid op dit dossier, als marktmeester, als initiator, als aanjager. We hebben daar als stad ook de middelen voor gereserveerd. De Haagse VVD ziet nu echter nog te weinig transitie. Het risico is dat we de stad niet op tijd duurzaam en schoon krijgen. Minder aandacht voor leuke maar kleine projectjes, en focus een concreet plan voor deze stad. Één waar alle Hagenaars aan mee kunnen doen. Een plan dat haalbaar en betaalbaar is, en kan rekenen op draagvlak, zonder dwang. Kortom, wel groen, maar niet gek.