Haagse VVD in het nieuws: ’Regels voor écht Haagse hoogbouw’

Donderdag 25 februari – Tanja Verkaik, De Telegraaf

De skyline van de hofstad verandert de komende jaren drastisch, maar ’lelijke’ torens die niet passen in de omgeving moeten worden geweerd. Dat stellen de Partij voor de Dieren en VVD, die geen ’dertien in een dozijn torens’ willen, maar ’herkenbare Haagse hoogbouw’.

Rondom de drie stations Den Haag Centraal, Laan van NOI en Den Haag HS, het Central Innovation District, wordt de komende jaren fors ingezet op hoogbouw. Verdichten rondom de stations is het uitgangspunt. Prima, vinden VVD-raadslid Jan Pronk en fractievoorzitter Robert Barker (Partij voor de Dieren), maar architecten moeten zich wel houden aan kaders die moeten worden vastgelegd in beeldkwaliteitsplannen voor elk gebied.

„De kern is dat hoogbouwplannen moeten passen in de omgeving”, zegt Barker. In het verleden zijn er volgens de raadsleden te veel waardevolle gebouwen gesloopt en daarvoor in de plaats is iets teruggekomen wat enorm clashte met de omgeving.

„Het Palaceplein in Scheveningen is een ramp”, geeft Pronk als voorbeeld. „Gebouwen moeten inpassen en niet afwijken van de omgeving. We gaan de lucht in als stad, maar doe dat wel op een passende manier.” De bestaande architectuurstijlen van kenmerkende omliggende wijken zoals Bezuidenhout, Laak en centrum en anderzijds de bestaande hoogbouw binnen het Central Innovation District samenbrengen. „Dat wordt de uitdaging”, zegt het raadslid.

Zijn partij, Partij voor de Dieren, GroenLinks, CDA en Hart voor Den Haag/Groep de Mos dienden al een plan in bij het stadsbestuur voor het Central Innovation District. „De gemeente stuurt al op bepaalde aspecten, zoals hoogte, de hoeveelheid woningen, maar ook het aanzicht moet worden meegenomen. Een gebouw moet niet lelijk afsteken tussen de rest”, zegt Pronk.

Ook zaken als stijl, veelgebruikte materialen in de wijk en de bewoners horen bij de uitwerking van bouwplannen. Gebouwen moeten ’statig zijn, residentiewaardig en monumentaliteit uitstralen’.

De openbare ruimte moet hierbij niet worden vergeten. Pronk geeft als voorbeeld het Strijkijzer aan het Rijswijkseplein, een winderig stuk voor fietsers- en voetgangers. „Het verblijfsklimaat is net zo belangrijk. Hoge gebouwen? Dan ook hoge bomen of een mooi park.”

De transformatie van het gebied tussen de stations zien de raadsleden als kans om het gebied in een keer goed aan te pakken. „Als raad geven wij de kaders mee voor de architect. Hiermee kunnen de ontwerpen door de welstandscommissie worden getoetst”, zegt Barker, die al een amendement heeft klaarliggen voor raad van volgende maand waarin de hoogbouwnota Eyeline Skyline wordt besproken.