Haagse VVD in het nieuws: ‘Actie tegen antisemitisme en meer aandacht Joods verleden’

Den Haag Centraal, zondag 28 maart 2021

door Herman Rosenberg

Den Haag voert de strijd tegen het antisemitisme op en gaat meer aandacht besteden aan het Joodse erfgoed in de stad.

De gemeenteraad ging donderdag (25 maart) akkoord met het initiatiefvoorstel ‘Waardeer Joods erfgoed, weer antisemitisme’ van de ChristenUnie/SGP en de VVD. Het bevat zeventien concrete voorstellen, zoals één keer jaar een tentoonstelling in het Atrium over het Haagse Joodse leven en het opstellen van een handleiding voor leerkrachten die moeilijkheden ondervinden bij het in de klas aan de orde stellen van de Holocaust. De voorstellen, gedaan door de raadsleden Judith Oudshoorn (VVD) en Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP), hebben een dubbel doel: het tegengaan van Jodenhaat en meer aandacht voor Joods erfgoed en het behoud ervan.

Volgens Oudshoorn zijn er te veel antisemitische incidenten. “Antisemitisme is nog springlevend in Den Haag. Een stevige aanpak is nodig en ik hoop dat wij met dit voorstel een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de veiligheid van de Joodse gemeenschap, want iedereen moet vrij en veilig over straat kunnen.”

Daarnaast wijzen de initiatiefnemers op de rijke Joodse geschiedenis van Den Haag, dat ooit zeventienduizend Joodse inwoners telde en daarmee de tweede Joodse stad was van het land. Pieter Grinwis: “Na de oorlog resteerden nog slechts tweeduizend Joodse Hagenaars in onze stad. Ongetwijfeld de zwartste bladzijde uit de Haagse geschiedenis. Tegelijk is er veel dat herinnert aan een rijk Joods verleden. Dat moeten we koesteren. Het Joodse erfgoed dat onze stad rijk is, is veel te onbekend en verdient herwaardering.”

Het college van B en W stond blijkens een eerdere reactie niet te trappelen om met de voorstellen aan de slag te gaan. Volgens B en W gebeurt er al veel. Maar de raad is het daar niet mee eens. Wethouder Bert van Alphen moet aan de slag met een reeks concrete aanbevelingen. Behalve de twee eerder genoemde zijn dat:

  • Breng bestaande activiteiten, zoals de ‘Open Joodse huizendag’, de ‘Joodse stadswandeling’ en de ‘Joodse Geschiedenis Rondvaart’, beter onder de aandacht van alle inwoners van Den Haag.
  • Zet in op verbetering en behoud van Joods erfgoed.
  • Faciliteer het contact met de gemeentelijke, provinciale en ministeriële tak van monumentenzorg om het voortbestaan en het onderhoud van de Joods Haagse begraafplaats te bestendigen.
  • Bevorder en faciliteer in samenspraak met de Joodse gemeenschap, het Haags Historisch Museum en andere relevante partners een Joods bezoekerscentrum.
  • Zorg dat het stadsbestuur op het hoogste niveau is vertegenwoordigd bij herdenkingsplechtigheden en de viering van Joodse hoogtijdagen.
  • Voorkom verwatering van herdenkingsgelegenheden in het kader van de Tweede Wereldoorlog.
  • Nodig alle scholen uit voor een bezoek aan een Haagse synagoge of voor de Joodse stadswandeling en promoot Haagse initiatieven.
  • Vergroot de bekendheid van de mogelijkheid om Joodse- en oorlogsmonumenten te adopteren.
  • Besteed bij de Haagse inburgering in ruime mate aandacht aan de democratische kernwaarden en aan de geschiedenis van Joden in Den Haag.
  • Treed in overleg met de Haagse sportclubs, om te kijken of het roepen van antisemitische leuzen harder aangepakt kan worden. Motiveer aangiftes, club- en of speelverboden.
  • Moedig de politie aan om de kennis over het jodendom en over antisemitisme binnen het politiekorps te vergroten; werk daarbij samen met het Joods politienetwerk.
  • De lokale driehoek, de burgemeester voorop, dient de politie te steunen en ruimte te geven om op te treden tegen Jodenhaat bij demonstraties.
  • Lobby richting het Rijk voor een toegankelijke registratie van antisemitische incidenten.
  • Schakel bij een melding van antisemitisme ook altijd de lokale antidiscriminatie-voorziening in.
  • Stel een stedelijk coördinator antisemitisme aan.

De raad ging donderdag niet unaniem akkoord met het initiatiefvoorstel. De fractie van NIDA maakte bezwaar tegen de definitie van antisemitisme waarnaar wordt verwezen. Die luidt: ‘Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap’. De tekst is afkomstig van IHRA, de International Holocaust Remembrance Alliance en is niet onomstreden. In een nadere uitleg wordt ook de staat Israël genoemd. Veel Palestijnen vinden dat de IHRA kritiek op Israël gelijkstelt met antisemitisme en daardoor mensen monddood maakt.

“Ik heb daar moeite mee,” zei Adeel Mahmood van NIDA. Hij kreeg steun van de toekomstige lijsttrekker van de HSP, Fatima Faïd. Maar volgens Grinwis kun je geen link met Israël uit de IHRA-definitie afleiden. Een voorstel van Mahmood om de tekst van het CU/VVD-plan te wijzigen haalde het niet. Opvallend genoeg ging Mahmood daarna bij de stemming toch akkoord met het initiatiefvoorstel, waardoor de HSP als enige tegenstemde. Faïd noemde dit later op Twitter ‘een middelvinger naar de Palestijnse gevangenen en gemeenschap’.