Demonstraties met geweld

Op 29 maart is een demonstratie van Koerden uitgelopen op ernstige geweldplegingen. Er vielen 12 gewonden, waaronder 10 politiemensen.

Velen, ook bejaarden en kinderen, hebben angstige ogenblikken meegemaakt omdat zij of op straat of in bussen en trams tussen de rondvliegende stenen terechtkwamen. Zowel de politie als alert winkelpersoneel, dat het vluchtende publiek bijvoorbeeld in de Hema binnenliet en vervolgens de rolluiken liet zakken, heeft erger voorkomen.

Uit de media kon u de strenge veroordeling van dit geweld door bijna de hele Haagse gemeentepolitiek vernemen. De Haagse Stadspartij toonde echter begrip, met name voor de aanval op het Tweede-Kamergebouw! Andere partijen, zoals GroenLinks, drongen aan op het goed gescheiden houden van enerzijds de demonstratie, anderzijds het geweld. Op zich is dat juist. Voor een goede beoordeling van de gebeurtenissen, inclusief het politieoptreden, brengen we echter nog het volgende onder de aandacht.

De achtergrond is zeer gevoelig. Enkele Koerden in een asielzoekerscentrum in Waddinxveen zijn in hongerstaking tegen de weigering hen een verblijfsvergunning te geven. De weigeringsgrond is de opvatting van de Nederlandse regering dat Noord-Irak, waar zij vandaan komen, nu veilig is.

De politie werd door het geweld verrast. Over de aangemelde demonstratie is vooraf informatie ingewonnen. Die bevatte geen indicaties van dreigend geweld, mede omdat eerdere demonstraties van dezelfde groeperingen geen problemen gaven. Achteraf deelde de organisatie echter mee dat zich tijdens de voorbereiding spanningen hadden voorgedaan tussen verschillende groepen Koerden. Onze opvatting is, dat wie een demonstratie organiseert en de hoog oplopende geschillen in eigen geledingen het beste kent, een grote verantwoordelijkheid heeft voor het ordelijk verloop van die demonstratie en die spanningen dus bij de politie had moeten melden. Achteraf distantieerden verschillende Koerdische groeperingen zich van het geweld. Dat is te gemakkelijk, als men niet het uiterste heeft gedaan om geweld te voorkomen.

De Hofplaats is voor de wat grotere demonstraties niet geschikt. Dit is zeker al een jaar of zes staand beleid. Redenen zijn de kwetsbaarheid van het Tweede-Kamergebouw met de grote glasoppervlakken en de onmogelijkheid de Hofplaats snel af te sluiten. Op het Plein kunnen de gevolgen van een manifestatie die uit de hand loopt makkelijker worden beperkt. De demonstratie is tot de Hofplaats toegelaten in verband met een boekenmarkt op het Plein en de afwezigheid van indicaties dat het zou kunnen misgaan. Begrijpelijk. Het voorstel van de VVD-fractie is echter om in het vervolg absoluut het standpunt “safety first” te hanteren.

Toekomstige Koerdische demonstraties
Onze primaire reactie op het geweld was “geen demonstraties van Koerden meer in de binnenstad”. Hierop kwam zowel bijval als kritiek. De kritiek betrof de interpretatie van dit standpunt als een demonstratieverbod en het “over één kam scheren” van een grote groep mensen. Ook na de commissievergadering van 6 april houdt de VVD deze opvatting. Het gaat namelijk niet om een demonstratieverbod maar om het aanwijzen van een plaats of route voor een demonstratie. Volgens de Wet op de Openbare Manifestaties is de burgemeester daartoe voluit gerechtigd. Om een goede beslissing daaromtrent te nemen dient hij relevante informatie te wegen.

Ervaringen in het verleden zijn dan belangrijk. De parlementaire geschiedenis van de wet toont bovendien dat de regering informatie over de identiteit van organisatoren en verwachte deelnemers, in samenhang met doel en onderwerp van de manifestatie, expliciet van belang verklaart voor de vraag, welke maatregelen ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden getroffen moeten worden.

De VVD-fractie houdt staande dat bij twijfel over de vraag waar nu precies de grens ligt van een specifieke risicogroep, veiligheid van lijf en goed van burgers de primaire overweging dient te zijn. Dat dan een enkeling iets inlevert, omdat hij ondanks vreedzame intenties niet in de binnenstad kan demonstreren, is waar. Maar het is nog altijd geen inbreuk op het fundamentele recht op demonstreren als het Malieveld wordt aangewezen in plaats van de Hofplaats.

Het stemt de VVD-fractie tevreden dat burgemeester Deetman in zijn reactie ver aan onze opvatting tegemoetkwam. Hij maakte daarbij echter de kanttekening dat hij geen algemene regels kan stellen maar elke aangemelde demonstratie opnieuw op de eigen merites en risico’s moet beoordelen. Opgedane ervaringen spelen dan echter wel degelijk een rol.

Peter Smit, tel. 345 14 29


Uit Haags VVD Nieuws mei 2001

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *