Antwoorden over uitkering ontsnapte crimineel

De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie vindt het onbestaanbaar dat een crimineel, die niet van verlof terugkeerde, vijf jaar lang een bijstandsuitkering heeft kunnen ontvangen van de gemeente Den Haag. Lees hieronder ook de reactie van B&W op de VVD-vragen.


Persbericht


Den Haag, 29 januari 2008


VVD verbijsterd over uitkering ontsnapte crimineel


De Haagse VVD-gemeenteraadsfractie vindt het onbestaanbaar dat een crimineel, die niet van verlof terugkeerde, vijf jaar lang een bijstandsuitkering heeft kunnen ontvangen van de gemeente Den Haag.


De liberalen willen van de wethouder Sociale Zaken, Henk Kool (PvdA), horen waarom de gemeente pas na vijf jaar een zaak aanspande om de uitkering terug te vorderen. Voorts willen ze van het gemeentebestuur weten waarom politie en justitie de betreffende Hagenaar nooit hebben opgepakt, temeer daar het adres van de man, volgens de Telegraaf, bekend was.


Raadslid Marian Propstra: “Het lijkt wel of er helemaal geen of veel te laat overleg is geweest tussen de Haagse sociale dienst, justitie en politie. Ik wil nu weten of er meer van dit soort gevallen zijn en wat de standaardprocedure is om dit te voorkomen. Is er bijvoorbeeld een koppeling met een databank van voortvluchtige personen?”


Voorts wil de VVD dat expliciet geregeld wordt dat het onttrekken aan detentie een weigeringsgrond voor bijstand wordt. Daartoe dient de wethouder Sociale Zaken Kool zo snel mogelijk contact op te nemen met de minister van Sociale Zaken, Donner.


 


Voor meer informatie:
Marian Propstra (raadslid), tel. 06 – 22 68 28 13


~~~~~~~~~~


Vragen


Aan de voorzitter van de gemeenteraad


Den Haag, 29 januari 2008


In de Telegraaf van heden staat een artikel over een ontsnapte Haagse crimineel die vijf jaar lang bijstand heeft mogen ontvangen van de gemeente Den Haag. Naar verluidt heeft hij sinds hij niet terugkeerde van een proefverlof in 2002, onder zijn eigen naam zijn bijstandsuitkering kunnen innen vanuit een bestaand, geregistreerd adres.


De sociale dienst probeerde het aan hem uitbetaalde bedrag middels een juridische procedure gistermiddag terug te vorderen, maar kreeg nul op het rekest van de bestuursrechter.  


In het licht van het voorgaande en onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde heeft de VVD-fractie de volgende vragen:



  1. Hoe kan het zijn dat de gemeente pas na vijf jaar een zaak aanspant in het onderhavige geval?
  2. Hoe kan het zijn dat de bewuste crimineel vijf jaar lang ongemoeid gelaten is door politie en jusititie?
  3. Heeft de sociale dienst de politie of justitie ooit getipt over het feit dat een voortvluchtige crimineel een uitkering had aangevraagd?
  4. Bestaat de mogelijkheid dat er meer van dit soort gevallen zijn?
  5. Wat is de standaardprocedure om dergelijke gevallen te voorkomen? Is er in dit verband voor de sociale dienst toegang mogelijk tot databanken, waarin voortvluchtigen zijn opgenomen?
  6. Volgens de bestuursrechter is in de Awb en WWB niet vastgelegd dat het onttrekken aan detentie als weigeringsgrond voor bijstand mag worden gebruikt. Wil de wethouder Sociale Zaken, al dan niet in G4-verband, bij de minister van Sociale Zaken bepleiten dat de betreffende wetgeving wordt aangepast, zodat ontsnapte criminelen geen recht meer kunnen doen gelden op een bijstandsuitkering?

Marian Propstra


VVD-fractie


~~~~~~~~~~


Antwoorden


Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bovenstaande vragen op 18 maart 2008 als volgt beantwoord:



  1. Onderhavig geval is een zeer bijzonder geval omdat op grond van verkeerde informatie van Justitie de dienst SZW tot handelen overging. Hieronder volgt een overzicht van de gebeurtenissen.
    Sinds 2005 geeft het inlichtingenbureau (IB) een signaal als iemand in detentie gaat. In maart 2006 kwam er een signaal dat betrokkene vanaf 22 februari 2006 in detentie verbleef. Bij Justitie werd nadere informatie opgevraagd. Hieruit bleek dat de detentie verband hield met de handel in drugs en Justitie informeerde de dienst SZW ook dat betrokkene over de periode 12 april 2001 tot 22 februari 2006 voortvluchtig was. Omdat deze informatie nieuw en niet bekend was bij de dienst SZW en het hier een lange periode betrof, heeft de dienst Justitie gevraagd of deze informatie juist was. Justitie heeft dit bevestigd. Op grond van deze nieuwe informatie is de uitkering beëindigd en is er door de dienst SZW een terugvorderingprocedure in gang gezet en werd er in juni 2006 aangifte gedaan. De terugvordering was gebaseerd op het voorvluchtig zijn en het verzwijgen van inkomsten uit drugshandel.
    Tegen de terugvordering heeft betrokkene bezwaar aangetekend dat op 26 september 2006 ongegrond werd verklaard. Hierop heeft betrokkene op 6 november 2006 beroep ingesteld bij de bestuursrechter. Deze heeft op 22 januari 2008 het beroep gegrond verklaard.
    Achteraf bleek echter dat deze informatie van Justitie gebaseerd was op een intern administratieve fout; alleen in 2001 is er sprake geweest van enkele weken voortvluchtigheid van betrokkene.
    Op 12 april 2001 heeft betrokkene zich niet teruggemeld van proefverlof en op 27 juli 2001 een uitkering aangevraagd en toegekend gekregen. Bij de aanvraag verklaarde betrokkene in verschillende drugpanden te hebben verbleven en te hebben geleefd van de handel in drugs. Hij wilde werken aan zijn verslaving en heeft onderdak gevonden bij een familielid. Gelet op zijn verleden was dit een plausibel verhaal. Op 1 oktober 2001 werd zijn uitkering beëindigd omdat hij niet reageerde op oproepen van de dienst SZW. Hij bleek in detentie te zitten. Op 15 november 2001 werd hij ontslagen uit de penitentiaire inrichting Leeuwarden, en vroeg hij opnieuw een uitkering aan. Het ontslag uit detentie werd schriftelijk aangetoond, maar Justitie vergat hem van de lijst van voortvluchtigen te schrappen.
    Achteraf gezien blijk het om een beperkte periode in 2001 te gaan waarbij een voortvluchtige bijstand heeft ontvangen.
  2. De gemeente gaat niet over het detentie- en opsporingsbeleid van Justitie en het is dus onbekend wanneer en hoe deze administratieve fout bij Justitie is ontstaan.
  3. In dit geval heeft de dienst niet getipt. Naar nu blijkt is het gegaan om een administratieve fout en is geen sprake geweest van een periode van vijf jaar voortvluchtigheid, maar slechts van enkele weken.
  4. Het betreft hier een uitzonderlijke situatie. Door de toegang tot het Inlichtingenbureau met ingang van 2005 en de signalen van het systeem wordt in het geval van detentie de uitkering stopgezet. In het geval van voortvluchtigheid is één en ander medeafhankelijk van het actief opsporingsbeleid van Justitie (zie ook beantwoording vraag 6).
  5. De sociale dienst heeft toegang tot de signalen van het Inlichtingenbureau. Zie ook hierboven.
  6. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in antwoord op Kamervragen over deze kwestie zijn standpunt gegeven. De staatssecretaris is van mening dat de huidige wetgeving voldoende ruimte biedt om in voorkomende gevallen maatwerk te leveren. De gemeenten hebben namelijk al de mogelijkheid om op grond van art. 18 WWB de uitkering maximaal 3 maanden op te schorten als blijkt dat het om een voortvluchtige gaat. Justitie heeft gedurende deze periode de gelegenheid om de voortvluchtige alsnog zijn straf te laten uitzitten. In die gevallen dat Justitie geen actief opsporingsbeleid voert, bijvoorbeeld als het gaat om nog een geringe straf, kan de gemeente in individuele gevallen en op grond van haar zorgplicht, bijstand verstrekken. Wij delen de mening van de staatsecretaris en zien geen redenen om aanpassing van de WWB te vragen.

Het college van burgemeester en wethouders,
de loco-secretaris,                                                                  de loco-burgemeester,


S. Broers                                                                                mw. J. Klijnsma

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *